Er zijn hoofdstukken in de Koran die je regels leren, en andere die de geloofsleer uitleggen. Maar Soera Al-Anbiyaa (De Profeten) doet iets heel anders. Het richt zich niet eerst tot je intellect, maar fluistert je toe: “Wees gerust… want alles wat je doormaakt, is ook ervaren door degenen die beter zijn dan jij, en het einde was altijd genade.”
Reminder
Omdat ik zie hoe mensen worstelen met het leven en mensen worden getest met hun geloof, en ondanks dat ik al eerder over deze soera heb geschreven, blijft het een reminder voor ons allemaal. Om te blijven bidden en God te vragen om ons op Zijn weg te leiden, want het Rechte Pad leidt naar Hem. Telkens als je tadabbor doet, dus reflecteert op de Koran, wordt je verbazing en verwondering opnieuw gewekt. Wat fluistert Allah ons toe? Welke inzichten kunnen we uit soera Al Anbiyaa halen? Welke deuren van Rahma worden er dit keer geopend?
Hoe wonderbaarlijk is de glimlach die verdriet uitstraalt met de woorden: “Je zult me niet verslaan,” en de inspanning die falen uitstraalt met de woorden: “Je zult me niet overwinnen,” en de ambitie die wanhoop uitstraalt met de woorden: “Je zult me niet beheersen.” Pieker niet te veel, maar vraag vaak om vergeving; want God opent met vergeving deuren die met denken niet geopend kunnen worden! Moge God je tijd zegenen met Zijn herinnering en vreugde.
1. Elke profeet droeg een ander soort pijn
Elke profeet عليهم السلامin deze soera droeg een ander soort pijn:
- De een werd vervolgd door zijn volk.
- De ander werd opgeslokt door een walvis.
- Een derde werd verzwakt werd door ziekte.
- En vierde werd gekweld door eenzaamheid.
- Een vijfde verlangde naar een kind, terwijl zijn haar al grijs was.
- En een zesde werd geconfronteerd met de tirannie van een koning.
2. Beproevingen zijn geen teken van toorn
Het is alsof God wil zeggen: beproevingen zijn geen teken van Mijn toorn… maar eerder de weg die bewandeld wordt door degenen die Mij het meest dierbaar zijn.
Wees dus niet verbaasd als jij je op een pad bevindt, dat eerder al door de profeten bewandeld is. Wees vereerd.
3. Elke beproeving heeft een andere smeekbede
Elke profeet had een smeekbede die paste bij zijn specifieke beproeving. De smeekbeden waren niet allemaal hetzelfde.
- Joenes عليه السلام zei niet: “O Heer, red mij,” maar veeleer: “Er is geen God behalve U; verheven bent U. Voorwaar, ik behoor tot de onrechtvaardigen.” Dit komt omdat hij wist dat het begin van verlichting erkenning is vóór het vragen.
- Ayyoeb عليه السلام beschreef zijn ziekte niet in detail; hij zei eenvoudigweg: “Voorwaar, tegenspoed heeft mij getroffen, en U bent de Meest Barmhartige der barmhartigen.” Hij vroeg niet om genezing, maar vertrouwde op genade.
- Zakariyya klaagde niet over eenzaamheid; hij zei: “Mijn Heer, laat mij niet alleen [zonder nakomelingen], terwijl U de beste erfgenaam bent.” Dit komt omdat de gelovige niet om iets vraagt, maar om het goede dat erin besloten ligt.
4. Het antwoord komt op het moment dat God wil
God noemt niet het einde van het verhaal, maar wel het antwoord. Denk na over de herhaling van deze woorden:
“Dus Wij antwoordden hem.” Keer op keer herhaalt Allah dit… alsof de soera niet alleen wil dat je de namen van de profeten uit je hoofd leert… maar vooral een constant principe:
Elke smeekbede die uit een oprecht hart komt, heeft een vastgestelde tijd bij God voor zijn antwoord.
Misschien niet op het moment dat jij wenst… maar op het moment dat God het beste acht.
5. Het levende hart te midden van de beproeving
De grootste wonderen waren bovennatuurlijk… maar belangrijker is dat ze Allah ze verrichtte vanwege de zuiverheid van het hart:
- Abraham was niet groots omdat hij niet verbrand werd… maar omdat hij met een kalm hart het vuur inging.
- Ayyoeb was niet groots omdat hij genezen werd… maar omdat hij zijn geloof in God niet verloor tijdens zijn lijden.
- Joenes was geen held omdat hij uit de buik van de walvis tevoorschijn kwam… maar omdat hij zich tot God keerde voordat hij werd vrijgelaten.
Het ware wonder… is dat je hart levend blijft… terwijl je midden in een beproeving bent.
6. Hoop blijven houden
Alle profeten bezaten één ding… hoop. Noch hun omstandigheden, noch hun leeftijd, noch hun woonplaatsen waren hetzelfde… maar wat hen allen verenigde, was dat ze de deur van de hemel nooit sloten.
Hoe benauwender de aarde wordt, hoe ruimer de smeekbeden worden!
7. De soera gaat over de goedheid van God
Een verborgen geheim in de soera: Merk op dat de meeste verlichting kwam nadat alle menselijke middelen hadden gefaald.
Ibrahiem in het vuur. Joenes in de buik van de walvis. Zakariyya op hoge leeftijd.
Maryam zonder helper. Ayyoeb die alles had verloren. Het is alsof God zegt:
Wanneer je eigen kracht wegebt, verschijnt de kracht van God.
De boodschap die we misschien over het hoofd hebben gezien, is dat de soera over de profeten lijkt te gaan.
Maar het gaat veeleer over God! Over Zijn barmhartigheid, Zijn goedheid, Zijn responsiviteit en Zijn nabijheid. Daarom sluit God hun verhalen af met Zijn antwoord, niet met heldenmoed.
Want de ware kracht in ons leven is Gods verborgen goedheid.
Wat leren we van Soera Al-Anbiya?
- Als de verlichting uitblijft, wanhoop dan niet. Als de zorgen toenemen, hef dan je handen op in smeekbede.
- Als je je alleen voelt, bedenk dan dat God geen enkele profeet in de steek heeft gelaten. En als je denkt dat je leven voorbij is, lees dan Soera Al-Anbiya (De Profeten)…
- God schept een nieuw begin voor je op het moment en op de plek waarvan wij mensen dachten dat we aan het eind (van ons Latijn) waren.
💛 Een laatste fluistering…
Je bent misschien geen profeet… maar je aanbidt de Heer der profeten. Degene die Joenes in de duisternis verhoorde… en Ayyoeb na jaren van ziekte verhoorde… en Zakariyya op zijn oude dag verhoorde, is dezelfde God die nu jouw smeekbede hoort. Onderschat daarom geen traan die je voor Hem opheft… noch een gebed dat je als een geheim tussen jou en Hem bewaart.
Misschien is één enkel woord dat vanavond uit je hart komt… het begin van jouw eigen verhaal van “En zo verhoorden Wij hem”.
Inderdaad, zij haastten zich om goede daden te verrichten en smeekten Ons in hoop en vrees, en zij waren altijd nederig aan Ons onderworpen. (Koran, 21:90)

















