“De inmiddels overleden arts, filosoof en schrijver Dr. Mustafa Mahmoud (27 december 1921-31 oktober 2009 )– moge God hem genadig zijn – schreef ooit de volgende woorden: “Ik las vroeger de (Schone) Naam van God, Al-Wahhaab (De Schenker / De Gever) en ging er achteloos aan voorbij, denkend dat deze naam hetzelfde zou betekenen als Ar-Raziq (De Onderhouder) of Al-Karim (De Vrijgevige). Toen leidden de “draden van Licht” in het Boek van God mij echter op een reis van overpeinzing die mijn hele wezen deed schudden en mijn begrip van heerschappij, barmhartigheid, nakomelingen en zelfs mijn hele bestaan veranderde.”
“Mijn reis begon met een moment van verwarring en vragen: wat is het verschil tussen datgene wat wij verdienen en datgene wat ons geschonken wordt? En waarom wordt deze majestueuze Naam Al Wahhaab juist verbonden met situaties van menselijke machteloosheid en het ontbreken van middelen?
De onderliggende draden van verbinding
Hier opende zich voor mij de deur van reflectie en begon ik de onderliggende draden van verbinding te ontdekken. Het eerste wat mij trof toen ik deze draad volgde, was de ontzagwekkende combinatie in Soera Sad tussen macht en schenking, in het vers:
“Of bezitten zij soms de schatten van de barmhartigheid van jouw Heer, de Almachtige, de Schenker?” (Koran, 38:9)
Ik vroeg mij af: waarom is hier sprake van “de Almachtige”?
Toen begreep ik, eerst met mijn hart en daarna met mijn verstand, dat schenken macht en kracht veronderstelt.
Wie machteloos is, kan niets schenken.
Maar het echte wonder zag ik toen ik in dezelfde soera Sulaiman (Salomon) عليه السلام zag bidden om een koninkrijk dat niemand na hem zou bezitten, terwijl hij juist deze naam gebruikte:
“Mijn Heer, vergeef mij en schenk mij een koninkrijk dat na mij niemand zal toebehoren.
Voorwaar, U bent de Schenker.” (Koran, 38:35)

De “Draden van Licht” in het Boek van God leidden mij op een reis van overpeinzing die mijn hele bestaan veranderde.
De Schenker geeft wat je verbeelding overstijgt
Hier zag ik de eerste draad: de Schenker is Degene die jou geeft wat je verbeelding overstijgt, via middelen die je gebruikt hebt – of via iets wat de wetten van aardse oorzaken helemaal niet kunnen voortbrengen.
Sulaiman عليه السلام vroeg niet om meer levensonderhoud, maar om een wonder: heerschappij over de wind en de djinn.
De sleutel tot dit ogenschijnlijk onmogelijke verzoek was: De Schenker.
Daarna trok de draad mij krachtig naar de huizen van de profeten, waar ik zag dat de meest delicate en kostbare menselijke relatie – die tussen vader en zoon, en tussen broers – puur een goddelijk geschenk is, zonder menselijke inmenging.
Een goddelijk geschenk kan voortkomen uit de leegte van niets
Ik stond stil bij de ouderdom van Ibrahim عليه السلام toen hij zei:
“Alle lof zij Allah, die mij op mijn oude dag Ismaël en Isaak heeft geschonken.” (Koran, 14:39)
Ik dacht na over “op mijn oude dag”. Toen het vuur van de jeugd gedoofd was en de bronnen van menselijke mogelijkheden uitgeput leken, kwam De Schenker om te verklaren dat Zijn gunst niet beperkt wordt door tijd en niet gebonden is aan biologische wetten.
Hetzelfde tafereel herhaalde zich bij Zakariyya (Zacharia) عليه السلام in Soera Maryam, waar een onvruchtbare vrouw en een oude man waren – en toch:
“En Wij schonken hem Yahya (Johannes) en maakten zijn vrouw voor hem geschikt (om te baren).” (Koran, 21:90)
En op een andere plaats, over Ibrahim عليه السلام:
“En Wij schonken hem Ishâq (Isaak) en Ya’qôeb (Jakob) als een extra geschenk.” (Koran, 21:72)
Hier zag ik dat nakomelingen geen onvermijdelijke biologische uitkomst zijn, maar een goddelijk geschenk die kan voortkomen uit de leegte van niets en uit de diepte van wanhoop – om menselijke hoogmoed gebaseerd op kennis en geneeskunde te doorbreken.
De banden van broederschap en steun
Maar de draad stopte niet bij kinderen; zij leidde mij verder naar de banden van broederschap en steun, die ook een goddelijke gift zijn.
Ik stond versteld van Gods woorden over Musa (Mozes) عليه السلام:
“En Wij schonken hem uit Onze barmhartigheid zijn broer Harun als profeet.” (Koran, 20:41)
O God!
Zelfs een goede metgezel, iemand die je steunt en versterkt in de beproevingen van het leven, is een geschenk van Hem, de Verhevene.
Mijn kijk op mijn vrienden en broers veranderde: ze waren niet langer slechts sociale toevalligheden, maar geschenken die mij door De Schenker uit Zijn barmhartigheid waren gegeven.
Iemand hebben die jou begrijpt en je helpt om goed te doen in deze harde wereld is een manifestatie van De Schenker in jouw leven.
Het geschenk van verstand, licht en wijsheid
Daarna leidde de draad mij naar iets dat nog hoger is dan kinderen, bezit of steun: het geschenk van verstand, licht en wijsheid.
Ik zag hoe God Zijn gunst aan Musa عليه السلام schonk toen hij zei:
“Mijn Heer heeft mij wijsheid gegeven en mij tot een van de boodschappers gemaakt.” (Koran, 26:16)
Wijsheid en inzicht – het innerlijke onderscheid tussen goed en kwaad – gaat niet alleen over erfelijke intelligentie en is ook niet alleen het resultaat van veel lezen. Het is een gunst die God schenkt aan wie Hij wil.
En ik herinnerde mij het gebed van degenen die diep geworteld zijn in kennis aan het begin van Soera Aal-Imran:
“Onze Heer, laat onze harten niet afdwalen nadat U ons heeft geleid, en schenk ons barmhartigheid van Uzelf. Voorwaar, U bent de Schenker.” (Koran, 3:8)
Onze volledige afhankelijkheid
Waarom vroegen zij om standvastigheid en barmhartigheid met de naam De Schenker? Omdat leiding (hidaya) de grootste gunst is die niet gekocht kan worden. En omdat harten zich tussen twee vingers van de Meest Barmhartige bevinden; standvastigheid daarop komt niet door onze slimheid, maar door Zijn voortdurende en ononderbroken schenking.
Toen ik verder ging met de verzen, leidde de draad mij naar Soera Ash-Shura, waar een universeel principe wordt vastgesteld over de verdeling van menselijke voorziening:
“Hij schept wat Hij wil en Hij schenkt meisjes aan wie Hij wil en Hij schenkt jongens aan wie Hij wil.” (Koran, 42:49)
Het gebruik van het woord “schenkt” hier ontdoet de mens van de mantel van controle en herinnert ons aan onze volledige afhankelijkheid.
Of je nu vader of moeder bent: wat je hebt is geen privébezit, maar een tijdelijke, toevertrouwde gunst die om dankbaarheid vraagt, en niet om trots.
Zelfs in het gebed van de dienaren van de Meest Barmhartige in Soera Al-Furqan:
“Onze Heer, schenk ons in onze echtgenoten en onze nakomelingen verkoeling voor onze ogen.” (Koran, 25:74)
Het geschenk van rechtschapenheid
De vraag wordt geformuleerd als een geschenk, omdat de rechtschapenheid van je echtgenoot en je kinderen niet volledig in jouw handen ligt, o mens – hoeveel moeite je ook doet met opvoeden en adviseren (al blijft dat natuurlijk je plicht).
Hun rechtschapenheid is uiteindelijk een geschenk en zegen van De Schenker, de Allerhoogste.
Deze verkenning van de Koran heeft mijn kijk op de wereld gecorrigeerd.
Ik besefte dat De Schenker Degene is die geeft voordat er zelfs maar om gevraagd wordt;
de Gever zonder er iets voor terug te verwachten;
de Weldoener zonder verborgen bedoeling.
Glorie zij Hem!
Hij geeft aan degenen die het niet eens verwachten – zoveel meer dan aan degenen die Hem erom vragen.
Zijn schatkisten zullen nooit leeg raken
Mijn begrip van wanhoop is veranderd.
Hoe kan ik wanhopen wanneer de Heer van alle oorzaken De Schenker is, die Yahya schonk aan een oude onvruchtbare vrouw?
Hoe kan ik mij laten misleiden door mijn kennis of mijn rijkdom, wanneer Hij zegt over Qarun en anderen dat alles slechts een gunst van Hem is?
Deze verzen hebben mij geleerd om tot God te komen met mijn armoede, niet met mijn daden.
De Schenker geeft niet omdat wij het verdienen, maar omdat Hij de Vrijgevige en Overvloedige is;
Zijn schatkisten zijn vol en zullen nooit leegraken al blijft Hij geven.
















