Velen zien de duivel nog steeds als de grootste vijand. En het is waar dat hij onze vijand is: Allah noemt hem expliciet een vijand. Laten wij de vraag stellen die ons wakker schudt: wie heeft dan de duivel zelf misleid?
Iblis weigerde voor Adam te buigen. Zijn argument was ogenschijnlijk voor hem logisch:
“Ik ben beter dan hij. U hebt mij uit vuur geschapen en hem uit klei.” (Koran, 7:12)
De influisteraar
De duivel is een influisteraar. Maar wie fluisterde hèm dan die woorden in, dat hij beter was dan de mens?
Het was geen andere duivel.
Het was zijn eigen nafs, zijn eigen ego, zijn eigen hoogmoed, zijn eigen zelfverheffing.
De duivel zelf is een zwakkeling. Zijn macht is beperkt tot het influisteren, het uitnodigen, het misleiden en het verleiden tot…
Op de Dag des Oordeels zal hij zelf zeggen:
“Ik had geen macht over jullie, behalve dat ik jullie opriep en jullie mij gehoor gaven.” (Koran, 14:22)
Hij dwingt niemand. De deur naar zijn influisteringen moet worden geopend. En wie opent die deur? De nafs, ons ego.
De nafs
Er is een krachtig bewijs voor deze waarheid. In de mooiste gezegende maand Ramadan worden de opstandige duivels vastgeketend. En toch…
Toch zien wij dat mensen nog steeds kunnen liegen, bedriegen, stelen, roddelen, boos worden, vechten, onrecht doen en hun begeerten najagen.
Als de duivel de hoofdschuldige zou zijn, waarom zondigen we dan nog steeds in de maand Ramadan?
Omdat de nafs nog altijd aanwezig is. Haar draag je met je mee, dag en nacht, in elke maand, op elk moment.
Daarom zeggen geleerden: “De Ramadan is het bewijs tegen degene die al zijn fouten aan de duivel toeschrijft.”
Zijn begeerte is zijn god
De Koran wijst naar de ware vijand. Allah zegt:
“Heb jij degene gezien die zijn begeerte (hawā) tot zijn god heeft genomen?” (Koran, 45:23)
Let op de krachtige woordkeuze: Hij laat zich niet alleen maar leiden door zijn begeerte; zijn begeerte is zijn god.
Dat wil zeggen:
zijn verlangens bepalen wat waar is,
wat slecht is,
wat goed is,
wat rechtvaardig is.
Hij luistert niet meer naar Allah; hij luistert alleen naar zichzelf.
En in een ander vers zegt Allah:
“En wat betreft degene die de plaats van zijn Heer vreesde en zijn nafs weerhield van de begeerte voorwaar, het Paradijs is zijn verblijfplaats.” (Koran, 79:40-41)
De tegenstelling is helder:
- Wie zijn nafs niet beheerst, maakt van zijn begeerte een god.
- Wie zijn nafs weerhoudt van de begeerte, wacht het Paradijs.
💜Qantara biedt voedsel voor de ziel💜
Wij willen #VerwoordenVerbindenVerwonderen. Steun jij onze missie?
Maak dan een donatie over aan:
NL 54 TRIO 0320 2076 09
t.n.v. Stichting Qantara Nederland.
Dat Allah je moge belonen!
Jouw ware vijand
De duivel kun je op afstand houden. Je kunt je toevlucht zoeken bij Allah tegen hem. Je kunt aʿūdhu billāhi mina sh-shayṭāni r-rajīm (ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen de vervloekte duivel) zeggen.
Maar de nafs? Die draag je altijd met je mee. De beroemde geleerde Hasan al-Basri zei hierover: (642–728 n.Chr.).
“Jouw ware vijand is niet degene die je kunt doden en waarna je verlost bent; jouw ware vijand is jouw nafs (je ego), die tussen jouw twee zijden genesteld zit.”
De nafs zit volgens Al-Basri “bayna janbayka” (بَيْنَ جَنْبَيْكَ) tussen jouw twee zijden genesteld, oftewel tussen jouw twee flanken. Dit is in het Arabisch een metaforische uitdrukking die verwijst naar het binnenste van de mens, specifiek de hartstreek, waar de gevoelens, intenties en het ego huizen.
Het gevaar van de nafs
De nafs kan:
· hoogmoed rechtvaardigen,
· zonden mooi laten lijken,
· verantwoordelijkheid afschuiven op anderen,
· de waarheid verdraaien wanneer die niet bevalt.
Je grootste vijand is daarom niet de duivel, maar je eigen nafs die zich in je hartstreek bevindt.
De jihad tegen de nafs
Iblis viel niet door een externe vijand. Hij viel door zijn eigen nafs.
En wie door zijn eigen nafs ten val komt, waartegen moet hij dan strijden?
De duivel is inderdaad een vijand, dat ontkennen wij niet. Maar zijn wapen is de hawa (lage begeerte). En dat wapen bevindt zich ín jou. Zolang de nafs niet getemd is, zal de duivel altijd een poort naar binnen vinden.
De grootste jihad is niet met het zwaard of schild.
De grootste jihad is de strijd tegen de eigen nafs.
Tegen het stemmetje dat fluistert: “Jij bent beter dan hij.”
Tegen het stemmetje dat fluistert; “Jij bent de koning. Jij bent de baas.”
Tegen het stemmetje dat zegt: “Deze ene keer kan toch geen kwaad.”
Tegen het stemmetje dat smoesjes bedenkt voor onrecht, hypocrisie en alles wat haram is.
Ya Allah, mogen wij behoren tot degenen die hun nafs weerhouden van de begeerte.
Mogen wij behoren tot degenen die niet hun eigen hawa tot god maken, maar enkel Allah alleen dienen.
Mogen wij de ware vijand herkennen niet alleen buiten onszelf, maar ’tussen onze zijden’ en hem overwinnen met oprechtheid, geduld en geloof.
Amin, ya Rabbal ‘alamin.
Hoofdafb. Piqsels

















