Er is een hoofdstuk uit de geschiedenis dat zelden wordt genoemd: het bloedbad van de Moro’s in Bud Dajo in 1906, waarbij honderden Moro’s werden gedood door Amerikaanse troepen.
Het is een verhaal over beloften die werden verbroken, over een volk dat zijn vrijheid wilde behouden, en over de wijze waarop machtige staten vaak hun daden rechtvaardigen met woorden als “veiligheid”, “orde” en “beschaving”.
Wie zijn de Moro’s?
We hebben het hier niet over de Moren van Spanje en Andalusië. En ook hebben we het niet over de Moren van Noord-Afrika. Hoewel de naam dezelfde oorsprong heeft, gaat het hier om de islamitische volkeren van Zuid-Filipijnen.
De Spaanse kolonisten noemden hen “Moros”, dezelfde benaming die zij eeuwen eerder gebruikten voor de moslims van Noord-Afrika en Andalusië.
De Moro’s van de Filipijnen zijn echter een eigen volk met een eigen geschiedenis, cultuur, talen en sultanaten. Al eeuwen voordat de Verenigde Staten arriveerden, leefden zij als vrije gemeenschappen in Mindanao en de Sulu-archipel (dat bestaat uit honderden eilanden die een boog vormen tussen Mindanao en het eiland Borneo), bestuurd door hun eigen leiders en verbonden door hun islamitische identiteit. Zij hadden hun eigen sultanaten, hun eigen wetten, hun eigen cultuur en hun eigen religieuze tradities.
Spanje probeerde hen 400 jaar lang te onderwerpen, maar zij boden weerstand. Toen Spanje vertrok, verwachtten de Moro’s dat zij hun autonomie zouden behouden. De Verenigde Staten beloofden dat, maar hielden geen woord.
Geschiedenis van buitenlandse overheersing
Hun geschiedenis is er een van verzet tegen buitenlandse overheersing. Eerst tegen Spanje, later tegen de Verenigde Staten.
En juist in dát hoofdstuk van de geschiedenis vond een gebeurtenis plaats waar we vandaag de dag niets of nauwelijks iets over weten. Voor de Moro’s is het echter nog altijd een open wond: het bloedbad van Bud Dajo in 1906.
Voordat we begrijpen wat er gebeurde in Bud Dajo, moeten we eerst vanuit een breder perspectief kijken naar de geschiedenis van de Filipijnen.
Verspreiding van de islam
Voorafgaand aan de Spaanse expansie in de 16e eeuw was de Filipijnse archipel religieus heterogeen. In het zuiden, met name op de eilandengroep Mindanao en de Sulu-eilanden, hadden zich vanaf circa de 14e en 15e eeuw islamitische gemeenschappen ontwikkeld. De verspreiding van de islam vond primair plaats via: handelsnetwerken in de maritieme Zuidoost-Aziatische wereld, migratie van religieuze geleerden en handelaren en politieke institutionalisering in de vorm van sultanaten, waaronder Sulu en Maguindanao.
Een van de belangrijkste historische ontwikkelingen in de regio was de oprichting van het Sultanaat van Sulu in de vijftiende eeuw. Dit islamitische koninkrijk groeide uit tot een invloedrijke macht in de regio. Het sultanaat had handelsrelaties met China, Maleisië, Indonesië en andere delen van Azië. De economie was gebaseerd op maritieme handel, parelduiken en zeeproducten zoals zeekomkommers.
Dit proces wordt in de historiografie doorgaans beschreven als graduele islamisering via netwerken van uitwisseling en eliteconversie, niet als militair of dwingend proces.
De Spaanse kolonisatie en kerstening
Vanaf 1565 begon de Spaanse kolonisatie van de Filipijnen. Deze kolonisatie combineerde territoriale controle met een expliciet missionaire dimensie. De katholieke kerstening werd geïntegreerd in het koloniale bestuurssysteem.
In de noordelijke en centrale regio’s van de archipel leidde dit tot een langdurig proces van religieuze transformatie, waarbij missionaire ordes een centrale rol speelden, lokale politieke structuren werden geïntegreerd in het koloniale bestuur en bekering verbonden werd aan sociale en bestuurlijke participatie.
Hoewel bekering doorgaans niet uitsluitend via directe dwang plaatsvond, functioneerde het koloniale systeem wel als een structurele drukfactor binnen een asymmetrische machtsverhouding.
De weerstand van de Moro’s
In tegenstelling tot de noordelijke regio’s bleven de islamitische sultanaten in het zuiden grotendeels buiten effectieve Spaanse controle. Deze gebieden ontwikkelden zich tot langdurige grensregio’s van conflict en diplomatie.
De Spaanse koloniale autoriteiten probeerden herhaaldelijk militaire en politieke controle te vestigen, maar slaagden er niet in de koninkrijken volledig te integreren in het koloniale systeem.
Hierdoor bleef de islam in Mindanao en Sulu institutioneel verankerd, terwijl in andere delen van de archipel een proces van kerstening dominant werd.
De overwinning van de VS op Spanje
De Spanjaarden hebben bijna 400 jaar lang op de Filipijnen geregeerd. Deze koloniale periode begon in 1565 met de stichting van de eerste nederzetting en eindigde in 1898 na de overwinning van de Verenigde Staten op Spanje.
De Filipijnen riepen hun onafhankelijkheid uit op , maar noch Spanje noch de VS erkenden dat. Zij tekenden het Verdrag van Parijs werd getekend, waarmee er een einde kwam aan de Spaans-Amerikaanse oorlog en waarbij Spanje akkoord ging met de verkoop van de archipel voor een bedrag van 20 miljoen dollar. Zonder medeweten en instemming van de Filipijnen.
Het zou het begin zijn van het Amerikaanse imperialisme.
De gebroken belofte
In 1899 sloten de Verenigde Staten en het Sultanaat van Sulu een overeenkomst, bekend als de Bates Treaty. De Amerikanen beloofden: respect voor de islam, voor de lokale leiders, voor de autonomie van de Moro’s. Zij zouden zich niet mengen in hun traditionele manier van leven.
Voor de Moro’s betekende dit vrede. Maar voor de Verenigde Staten bleek deze overeenkomst slechts een tijdelijke oplossing. In 1904 werd de overeenkomst feitelijk beëindigd. Plotseling werden nieuwe regels opgelegd:
- registratie van wapens;
- ontwapening;
- koloniale belastingen;
- directe Amerikaanse controle.
Voor een volk dat generaties lang zelfstandig had geleefd, voelde dit als verraad. Dezelfde macht die eerst had beloofd hun vrijheid te respecteren, eiste nu totale gehoorzaamheid. Toen de Filipijnse bevolking vasthield aan haar beloofde onafhankelijkheid, sloegen de Amerikanen deze opstand bloedig neer.
Dit conflict en de daaropvolgende bezetting behoren tot de donkerste, meest gewelddadige en meest onbekende bladzijden uit de Amerikaanse geschiedenis.
Grove oorlogsmisdaden
De Filipijnse vrijheidsstrijders schakelden al snel over op een hardnekkige guerrillaoorlog. De Amerikaanse legerleiding reageerde hierop met een meedogenloze “pacificatiecampagne”, waarbij grove oorlogsmisdaden werden gepleegd:
- Concentratiekampen
Grote delen van de burgerbevolking werden gedwongen verplaatst naar overvolle, onhygiënische herconcentratiekampen (reconcentrados) om de guerrilla’s te isoleren. Hier stierven tienduizenden mensen aan honger en ziektes zoals cholera. - De tactiek van de verschroeide aarde
Complete dorpen werden platgebrand, oogsten werden vernietigd en vee werd systematisch afgeslacht om de bevolking uit te hongeren. - Gruwelijke martelmethoden
De Amerikaanse troepen gebruikten op grote schaal de water cure (een vroege, brute vorm van waterboarding) om informatie los te krijgen. Gevangenen kregen liters water in hun maag gegoten, waarna soldaten op hun buik sprongen. - Massamoorden
Generaal Jacob H. Smith gaf tijdens een strafexpeditie op het eiland Samar de beruchte opdracht om “geen gevangenen te nemen” en “iedereen boven de tien jaar die wapens kon dragen te doden”. En dan is er nog het vergeten bloedbad van Bud Dajo.
Het bloedbad van Bud Dajo
De Amerikaanse militaire leiders beschouwden de aanwezigheid van de Moro’s als een uitdaging voor het koloniale gezag. Daarom gaf generaal Leonard Wood opdracht tot een grootschalige militaire aanval. Op het eiland Jolo ligt een uitgedoofde vulkaan: Bud Dajo. Honderden Moro’s zochten hun toevlucht tot de vulkaankrater. Onder hen bevonden zich mannen, vrouwen, ouderen en kinderen.
Op 5 maart 1906 bestormden de Amerikaanse troepen de krater. Artillerie werd ingezet. Machinegeweren werden ingezet. De omsingelde bevolking had geen enkele kans om te ontsnappen.
Beelden die de wereld schokten
Toen de aanval voorbij was, lagen de hellingen van Bud Dajo bezaaid met lijken. De schattingen verschillen, maar historici gaan uit van enkele honderden tot mogelijk meer dan negenhonderd doden.
Onder de slachtoffers bevonden zich grote aantallen vrouwen en kinderen. De verliezen aan Amerikaanse kant waren relatief gering. Foto’s die na afloop werden gemaakt tonen stapels lichamen in de krater en op de heuvels, met daarnaast de Amerikaanse soldaten, trots poserend met hun ’trofeeën’.
Het waren beelden die ook in die tijd de wereld schokten.
Veiligheid
Wat denk je dat de rechtvaardiging was van de Amerikanen? Je hoort het nu ook vaak herhaald worden. Zoals zo vaak in de geschiedenis werd geprobeerd het geweld op een bepaalde oneerlijke manier te rechtvaardigen:
- Er werd gesproken over veiligheid;
- Over het handhaven van de orde;
- Er werd gesproken over fanatici;
- En over het gebruik van vrouwen en kinderen als menselijk schild.
Komt ons dat niet even bekend voor! Precies hetzelfde wordt er gezegd over de Palestijnen.
Kritiek
Maar critici wezen op een simpele vraag: als het doel werkelijk veiligheid was, hoe kon dan bijna de gehele bevolking in de krater worden gedood?
Binnen Amerika ontstond ook kritiek. De beroemde schrijver Mark Twain bijvoorbeeld veroordeelde de gebeurtenis scherp en zag hierin een duidelijk voorbeeld van de donkere kant van het imperialisme.
Een tijdloze les
Bud Dajo leert ons iets dat verder gaat dan één plaats of één tijdperk. Machtige staten presenteren hun oorlogen vaak als noodzakelijk. Hun slachtoffers worden vaak beschreven als terroristen, fanatici, extremisten, rebellen of obstakels voor vrede. Zij willen geen vrede.
Maar wanneer wij de geschiedenis bestuderen, moeten wij verder kijken dan de officiële verklaringen van de winnaars, van de machtigen. Wij moeten kritische vragen stellen:
– Wie had de macht?
– Wie verbrak de afspraken?
– Wie betaalde uiteindelijk de prijs?
Want achter elke politiek besluit schuilen altijd mensenlevens.
Waarom we dit niet mogen vergeten
De geschiedenis van Bud Dajo gaat niet over de cijfers. Het gaat niet om 600, 800 of 1000 doden.
Waar het wel om gaat, zijn vaders die hun kinderen verloren. Moeders die hun gezinnen zagen sterven. Mensen die geloofden dat hun vrijheid gerespecteerd zou worden. Mensen die ontdekten dat politieke beloften meestal niets waard zijn.
Wanneer wij Bud Dajo herinneren, eren wij niet alleen de Moro’s. Wij herinneren ons een universele waarheid: dat gerechtigheid niet afhangt van macht. Dat menselijke waardigheid niet verdwijnt omdat een volk zwak is. En dat de vergeten slachtoffers van de geschiedenis het verdienen om erkend te worden, zelfs honderd jaar later.
Laten we hun verhaal niet vergeten maar doorvertellen!
Uiteindelijk zouden er zo’n 250.000 Filipijnen zijn omgekomen in de oorlog. De strijd met de Moro’s duurde voort tot 1913; toen werden zij verslagen. De Filipijnen werden pas officieel onafhankelijk van de Verenigde Staten op 4 juli 1946, na jaren van Amerikaanse kolonisatie en de Tweede Wereldoorlog.
💜Qantara biedt voedsel voor de ziel💜
Wij willen #VerwoordenVerbindenVerwonderen. Steun jij onze missie?
Maak dan een donatie over aan:
NL 54 TRIO 0320 2076 09
t.n.v. Stichting Qantara Nederland.
Dat Allah je moge belonen!
Bud Dajo en de Moro’s in deze tijd
De uitgedoofde vulkaan Bud Dajo is inmiddels onderdeel van het nationale park dat is aangewezen als een beschermd natuurgebied. De situatie van de Moro’s vandaag is veel beter dan een eeuw geleden, maar hun regio staat nog steeds voor grote uitdagingen.
Nadat in de Tweede Wereldoorlog de Filipijnen ook nog bezet werden door Japan, is de belangrijkste ontwikkeling dat de Moro’s, na decennia van conflict en onderhandelingen tussen de overheid en islamitische verzetsgroepen sinds 2019 een eigen autonome regio hebben: de Bangsamoro Autonomous Region in Muslim Mindanao (BARMM). Dit gaf de Moro’s meer zeggenschap over lokaal bestuur, onderwijs en cultuur.
Toch blijven er uitdagingen bestaan, zoals de werkloosheid en armoede, de aanwezigheid van kleinere gewapende groepen en discussies over autonomie en de verdeling van middelen. Daarnaast heeft de regio te maken met natuurrampen, zoals heel recent, aardbevingen.
De Moro’s wonen niet alleen in Bangsamaro, maar leven verspreid over andere delen van de Filipijnen, Maleisië en Indonesië. Dat is niet verbazingwekkend, want het oude Sultanaat van Sulu was een maritieme staat waarvan de handels- en familiebanden zich uitstrekten over de Filipijnen en de aangrenzende landen. De zeeën werden als verbindingsroutes gezien. De moderne landsgrenzen kwamen pas veel later.





















