Er is een moslimgeleerde die rond 1100 na Christus elke financiële crisis heeft voorspeld die we hebben meegemaakt. In zijn tijd begreep hij al wat de invloed van geld op de mens kan zijn. Wat kunnen we van hem leren?
De meeste mensen zullen bij de oorsprong van economisch denken meteen denken aan Adam Smith, Karl Marx, of misschien Aristoteles als ze goed hebben opgelet op de middelbare school. Maar ze zullen niet denken aan de islamitische geleerden uit de Islamitische Gouden Eeuw, want die komen niet aan bod komen in de geschiedenisboeken.
Bijna duizend jaar geleden, lang voordat kapitalisme of centrale banken bestonden, liet een moslimgeleerde een waarschuwing horen, die nog steeds doorklinkt in elke financiële crisis. Hij beweerde dat een samenleving die zijn morele kompas verliest, ten onder zal gaan. En als we naar de wereld kijken waarin we leven, begreep hij ons misschien veel beter dan wij denken.
Al-Ghazali
Het gaat om Abu Hamid ibn Muhammad al-Ghazali (1058-1111 nC), één van de invloedrijkste islamitische geleerden in het Islamitische Rijk van toen. Om hem te begrijpen, moet je je een wereld voorstellen die zowel vertrouwd als vreemd lijkt.
Het jaar is ongeveer 1100 na Christus. Europa is verdeeld en arm, opkrabbelend uit de puinhopen van de vroege middeleeuwen. Ondertussen strekt de islamitische wereld zich uit van Al-Andalus in Spanje tot Perzië en verder. Haar steden zijn welvarend, druk, verfijnd. Bagdad. Damascus. Caïro. Dit zijn dé financiële en intellectuele machtscentra in de wereld.
Op handelsroutes worden met karavanen zijde, specerijen, textiel en zilver vervoerd. Geleerden debatteren over filosofie, recht, astronomie, geneeskunde. De markten zijn druk, het Islamitische Rijk is welvarend en de rijkdom verandert de samenleving zo snel dat dit het begrip te boven gaat.
Filosoof, jurist, theoloog, criticus
In deze wereld van bloeiende handel, cultuur en wetenschappen verschijnt Al-Ghazali ten tonele. Filosoof, jurist, theoloog, criticus. Hij was iemand die zowel het doel van het financiële systeem als wel het doel van de ziel kon uitleggen zonder met zijn ogen te knipperen.
Al-Ghazali werd geboren in Perzië, maar verhuisde een paar keer om te studeren. Hij kwam terecht in Bagdad waar hij zich in 1085 voegde bij het hof van sultan Malik Sjah de Eerste van de Seltsjoeken. Op middelbare leeftijd bekleedt hij een van de meest prestigieuze onderwijsposities in de islamitische wereld als docent shafitisch recht. Maar wat hem uniek maakt, is zijn kritische blik op de wereld.
Hij zag een wereld waarin welvaart groeide en de handel bloeide. En toch voelde hij aan dat er iets niet klopte. De samenleving was geobsedeerd door geld en dreef weg van zingeving. Een economie die uiterlijk floreerde maar innerlijk verging.
Je hoeft geen moeite te doen om de parallel met de moderne wereld te zien.
Al-Ghazali stelde vragen die maar weinigen hadden durven stellen. ‘Wat gebeurt er wanneer een beschaving geobsedeerd is door geld?’ Om de vraag te beantwoorden, richtte hij zijn aandacht eerst op het concept van geld.
De vergeten filosoof van de economie
Dit is het deel dat de meeste mensen het meest verbaasd. Al-Ghazali was niet zomaar een religieus denker. Hij was een van de eerste filosofen die geld op het morele en systemische vlak analyseerde.
Terwijl Aristoteles geld zag als een praktische uitvinding en latere economen het wiskundig analyseerden, bestudeerde Al-Ghazali de psychologische en spirituele impact van geld op de samenleving. Hij onderzocht hoe geld gedrag, drijfveren, vertrouwen en uiteindelijk zelfs het lot van naties bepaalt. Wat leerde hij over geld en de invloed van geld op de mens?
#Geld is een hulpmiddel
Geld was volgens hem niet bedoeld om aanbeden of opgepot te worden of gebruikt als statussymbool. Het was een hulpmiddel. Niets meer en niets minder dan een facilitator van uitwisseling.
#Geld is een spiegel
Hij vergeleek geld met een spiegel. Een spiegel heeft op zichzelf geen waarde. Zijn waarde komt voort uit wat weerspiegeld wordt. Geld is hetzelfde. Daarvan ligt de kracht niet in het goud of zilver zelf, maar in wat het ontketent bij de mensen die ermee handelen, bouwen en samenwerken.
#Opgepot geld is dood geld
Vanuit deze basis ontstond een van zijn belangrijkste inzichten: opgepot geld is dood geld. Voor hem was welvaart opgesloten in kisten, verborgen in kamers of begraven in binnenplaatsen niet alleen nutteloos, maar zelfs sociaal destructief. Inactief vermogen circuleert niet. Het voedt geen werknemers, financiert geen handel en ondersteunt de gezinnen niet. Het verstikt het economische leven.
Hij beschreef het als het bevriezen van de bloedsomloop van de samenleving. Zijn kritiek was niet alleen maar gericht op hebzucht. Zijn argument was gericht op het systeem. Wanneer de rijken geld oppotten, creëren ze schaarste. De middelen ontbreken niet, maar zij blokkeren de circulatie. Hierdoor stijgen de prijzen, storten markten in, wordt economische ongelijkheid groter en lijden mensen onnodig.
#Speculatie vernietigt vertrouwen
Deze kritiek leidt tot zijn volgende grote idee: speculatie vernietigt vertrouwen. Al-Ghazali had niets op met handelaren die prijzen manipuleerden, kunstmatige schaarste creëerden of crises uitbuitten om winst te maken. Hij zag speculatief gedrag niet als slimme strategie, maar als morele corruptie. Wie profiteert van het leed van anderen, zo schreef hij, profiteert van corruptie. En corruptie was in zijn ogen besmettelijk. Zodra het grip krijgt in het systeem, verspreidt het zich over markten en financiële instellingen om uiteindelijk de hele samenleving te verzieken.
Als dit klinkt als kritiek op moderne financiële bubbels, schimmige leningen of het creëren en profiteren van crises, dan is het dat ook. Alleen is het al bijna 1000 jaar geleden geschreven.
#Vertrouwen is de basis
Al-Ghazali was overigens niet tegen winst. Hij had niets tegen ondernemerschap. Al-Ghazali riep niet op tot het kloosterleven of strikte soberheid. Hij was ervan overtuigd dat handel bij het leven hoorde en noodzakelijk was. Ook meende hij dat welvaart zinvol en zelfs nobel kon zijn.
Zijn echte doel was om oneerlijke handel aan de kaak te stellen. Bedriegen, liegen, knoeien met de gewichten, gebreken in producten verbergen, informatie manipuleren. Hij geloofde dat handel alleen functioneert wanneer de deelnemers elkaar vertrouwen. En zodra het vertrouwen instort, stort de economie ook ineen.
#Onverdiend vermogen is gevaarlijk voor de geest
Een andere van zijn kerninzichten was de waarde van arbeid. Hij argumenteerde dat werk inherent waardig is, terwijl onverdiend vermogen gevaarlijk is voor de geest. Met geld verdiend door inspanning bouw je karakter op, terwijl geld verdiend door misleiding je karakter corrumpeert. Samenlevingen groeien sterk wanneer mensen een bijdrage leveren. Ze worden zwak wanneer de ene mens de andere mens uitbuit.
#Devalueren van valuta is pure diefstal
Maar Al-Ghazali stopte niet bij individuen. Hij leverde als een van de eersten kritiek op de interventie van de staat wat valuta betreft. Net als tegenwoordig bestond er destijds devaluatie van munten. Middeleeuwse leiders verdunden vaak gouden of zilveren munten om hun budgetten stiekem op te rekken. Hiermee werden mensen effectief benadeeld door middel van sluipinflatie. In deze tijd zou je zeggen: de prijs is hetzelfde gebleven, maar er zit minder in de verpakking.
Al-Ghazali veroordeelde deze praktijk resoluut. Voor hem is het devalueren van valuta pure diefstal. De staat steelt dan van zijn eigen volk. Het erodeert het vertrouwen in de markt. Het straft de armen die het met zwakkere munten moeten doen. Het destabiliseert het financiële systeem van bovenaf.
Hij geloofde dat de staat een rol had in het handhaven van eerlijke handel. Heersers moesten volgens hem de economie beschermen en niet manipuleren door zich te richten op kortetermijnwinsten. Hij waarschuwde dat onrechtvaardige bestuurders de welvaart van een land sneller vernietigen dan welke buitenlandse vijand ook.
Waarschuwingen
Al-Ghazali’s waarschuwingen over bestuurders ontstonden niet uit abstracte theorie, maar uit het observeren van waargenomen gedrag van bestaande regeringen. Gedurende zijn leven nam de politieke verdeeldheid toe. Dynastieën vochten om legitimiteit en lokale bestuurders streefden vooral naar meer inkomsten. En zoals altijd, wanneer heersers hun greep op de samenleving voelen verslappen, verstevigen ze allereerst hun grip op de economie.
Sommigen verhoogden belastingen naar dramatisch niveaus. Anderen manipuleerden hun munten om hun budgetten kunstmatig te vergroten. Sommige confisqueerden handelswaren, terwijl anderen roekeloos leenden en toekomstige generaties met de gevolgen opzadelden. Geen van deze tactieken was nieuw. En geen ervan loste in Al-Ghazali’s ogen het onderliggende probleem op.
Corruptie druppelt als gif naar beneden
Hij geloofde dat corruptie van bovenaf als gif naar beneden druppelt. Wanneer een leider zijn volk bedriegt, voelen handelaren zich gerechtvaardigd om hun klanten te bedriegen. Wanneer instellingen niet met integriteit handelen, zien individuen geen reden meer verantwoordelijk te handelen. In de hele economische orde, van de staatskas tot de buurtsupermarkt, ontstaat een kettingreactie van wantrouwen.
Zijn conclusie was scherp maar eenvoudig. Een samenleving kan wel armoede overleven, maar geen corruptie. Economische instabiliteit gaat zelden over het gebrek aan geld of middelen. Het gaat over het wegvallen van vertrouwen; de onzichtbare lijm die elke transactie, elk contract, elke valuta en elke instelling bij elkaar houdt.
Wanneer dat vertrouwen erodeert, wordt zelfs de meest welvarende natie broos.
Begin van financieel en moreel verval
Vanuit dit perspectief gezien zijn de ideeën van Al-Ghazali over valuta zinvol. Wat hem betreft hangt de stabiliteit van valuta volledig af van eerlijkheid. Het afwaarderen van munten, het verdunnen van het goud- of zilvergehalte, was niet alleen slecht beleid; het was ook bedrog en verraad.
Een heerser die met valuta knoeit, is niet de slimste. Hij steelt van eigen volk in slow motion. Wat leek als een kleine wijziging in de muntzuiverheid, was voor Al-Ghazali het begin van financieel verval. Hij voorspelde dat staten die te vaak manipuleerden met valuta, te maken krijgen met een bevolking die het vertrouwen uiteindelijk verliest, de lokale munt verlaat en sterkere buitenlandse valuta’s zal gebruiken.

Hyperinflatie in Duitsland in 1922 leidde ertoe dat er geldbiljetten werden gedrukt van 1 biljoen Duitse Mark.
Geld bijdrukken leidt tot inflatie
In de afgelopen tijd hebben meerdere landen geworsteld om te kunnen voldoen aan hun financiële verplichtingen. De leningen bij buurlanden of bij het IMF konden niet meer afbetaald worden, waardoor de staat besloot geldbiljetten bij te drukken. Met als resultaat hyperinflatie, waardoor de eigen munt wankelt en de prijzen voor levensonderhoud de pan uitrijzen. Dit gebeurde onder andere in Duitsland in 1922-1923, Hongarije in 1946 en in Venezuela van 2018 tot nu toe.
Via reguliere, alternatieve en sociale media komen we er in de 21ste eeuw achter wat deze geleerde al in de Middeleeuwen begreep. Geld is een systeem dat gebaseerd is op geloof. Een bankbiljet waar bijvoorbeeld 100 euro op staat, is namelijk alleen zo veel waard als de mensen dat geloven. Zodra de mensen er niet meer in geloven, stopt het systeem met functioneren. Alles is dus gebaseerd op vertrouwen.
De menselijke natuur verandert niet
Al-Ghazali’s visie op financiën ging verder dan alleen valuta en belastingen. Hij kwam tot diepere inzichten over de menselijke natuur. Mensen sparen uit angst. Ze speculeren uit hebzucht. Ze bedriegen wanneer ze denken ermee weg te kunnen komen en manipuleren met geld omdat dit makkelijk gaat. Als iemand ze aanspreekt op oneerlijke winsten, wuiven ze de kritiek weg met als reden “dat iedereen het doet”.
Wanneer een samenleving het punt bereikt waarop corruptie en uitbuiting normaal wordt, is de instorting nabij. Deze observatie leidde tot een van zijn machtigste inzichten. Je kunt een economie niet fixen zonder de drijfveren achter het menselijke gedrag te fixen.
Van corruptie en instabiliteit naar de afgrond
Er bestaan wetten en regels op het gebied van handel, maar mensen die ermee te maken hebben, maken keuzes gedreven door emotie, ambitie, angst en verlangen. Als het systeem er niet voor zorgt dat drijfveren leiden tot productief en eerlijk gedrag, zal de economie naar corruptie, instabiliteit en de afgrond drijven.
Daarom legde Al-Ghazali zo veel nadruk op de morele dimensie van welvaart. Voor hem was welvaart zonder verantwoordelijkheid niet alleen geestelijk gevaarlijk. Het was een bedreiging voor het algemeen belang.
Welvaart is niet inherent slecht, maar simpelweg onvolledig zonder moreel doel. Een samenleving wordt sterk wanneer individuen meer bijdragen dan dat ze nemen. Wanneer de drang om te vergaren in balans is met het solidariteitsgevoel. Maar wanneer welvaart losgekoppeld wordt van maatschappelijke verantwoordelijkheid en de jacht op winst het welzijn van de gemeenschap negeert, wordt het systeem kwetsbaar. Een egoïstische samenleving stort uiteindelijk in onder haar eigen gewicht.
En wanneer de samenleving instort, betaalt iedereen de prijs, ook de rijken terwijl zij dachten immuun te zijn.
Elke financiële crisis die we nu meemaken
En dit brengt ons bij de wereld zoals wij die kennen. Een wereld waar Al-Ghazali’s inzichten meer als een diagnostisch rapport van onze tijd aanvoelen dan als filosofie uit de middeleeuwen.
We leven in een wereldwijde economie waarin geld sneller beweegt dan ons begrip ervan. Een wereld waarin ongelijkheid ongekende niveaus heeft bereikt op allerlei terreinen zoals gezondheid, rechtspraak, bestuur, politieke macht, onderwijs, inkomen en vermogen. Een wereld waarin speculaties beloond worden boven het leveren van een bijdrage. Waarin het vertrouwen in instellingen jaar na jaar afneemt. Waarin inflatie de koopkracht stilletjes erodeert. En waarin financiële bubbels groeien, barsten en weer verder groeien met voorspelbare regelmaat.
Waar je in de wereld ook je oren te luisteren legt, klinken dezelfde problemen door die Al-Ghazali heeft beschreven.
Zijn kritiek op het oppotten van rijkdom sluit naadloos aan bij de huidige discussies over miljardairs, belastingparadijzen en extreme vermogensconcentratie. De rijkste 1 procent ter wereld, bestaande uit ongeveer 79 miljoen mensen, is er in de afgelopen tien jaar krankzinnig veel rijker op geworden.
Gebrek aan kennis
De waarschuwingen van Al-Ghazali over speculatie horen we terug in de zorgen over de woningcrises, de grilligheid van crypto, schaduwbankieren en roofzuchtige markten. Door gebrek aan kennis kost dit de samenleving veel geld, zoals blijkt uit onderzoeken naar verspilde uitgaven in de gezondheidszorg, de bouwsector en andere sectoren.

Crypto’s zijn zeer risicovol en worden vooral gekenmerkt door hoge speculatie. Al-Ghazali waarschuwt dat speculatie vertrouwen vernietigt.
Daarnaast horen we de echo van de afwijzing van Al-Ghazali van het manipuleren met valuta ook in onze tijd in de discussies die er plaatsvinden. Volgens de één zal de euro verder zakken: vanwege de Russische invasie van Oekraïne, de oorlog met Iran, de energiecrisis die er op volgde, de angst voor recessies en de zorgen om de Amerikaanse invoertarieven. Volgens de ander zal de waarde van de euro juist stijgen vanwege het politieke beleid van Trump.
Vertrouwen is de basis van welvaart
De overtuiging van Al-Ghazali dat vertrouwen de basis van welvaart is, verklaart waarom naties met stabiele instellingen, eerlijke rechtbanken, voorspelbare reguleringen en transparant bestuur over sterke valuta beschikken met een veerkrachtige economie.
Wat vooral opvalt is hoe weinig de wereld is veranderd. De technologie is enorm ontwikkeld. De markten zijn sneller. We hebben wereldwijde toegang tot een berg aan informatie. De schaal is mondiaal in plaats van regionaal. Maar het gedrag van de mens is precies hetzelfde.
Al-Ghazali zou als hij naar ons huidige systeem zou kijken – naar onbeheersbare schulden, speculatieve krankzinnigheid, toenemende ongelijkheid, politieke impasse en institutioneel wantrouwen – precies zeggen wat hij duizend jaar geleden al zei. Waar gerechtigheid verloren gaat, gaat welvaart verloren. Dit zal onherroepelijk leiden tot een grote financiële crisis. Met alle gevolgen van dien.
De oncomfortabele waarheid
Het is een oncomfortabele waarheid. Economieën storten niet in omdat de cijfers niet meer kloppen. Ze storten in omdat mensen in het systeem elkaar niet meer vertrouwen. Ze storten in omdat het verkeerde gedrag beloond wordt. Omdat toezichthouders onvoldoende toezicht (kunnen) houden. Neem bijvoorbeeld de minister van Financiën die de belastingdienst jarenlang haar gang heeft laten gaan in de toeslagenaffaire. Dit heeft kunnen gebeuren uit onwetendheid en onmacht, of juist het omgekeerde.
Menselijke emotie, angst, hebzucht, kortzichtigheid, machtswellust. Dit is wat beschavingen naar de afgrond drijft.
Geld is een moreel ecosysteem
Al-Ghazali was niet aan het preken over religie. Hij beschreef de realiteit. Hij begreep iets dat economen vaak moeilijk toegeven, namelijk dat geld niet mechanisch is. Het is een moreel ecosysteem. En wanneer het morele raamwerk uiteenvalt, volgt het financiële systeem als vanzelf.
Daarom zijn ideeën van Al-Ghazali vandaag de dag belangrijk. In een tijdperk gedefinieerd door recordschulden, speculatieve overdaad, institutioneel wantrouwen en financiële angst, is zijn centrale boodschap een principe van overleving. Als geld losgekoppeld wordt van moraliteit, zal het systeem instorten en daarbij de samenleving meesleuren.
Wat kunnen we doen?
De vraag is niet of de analyse van Al-Ghazali correct was. Bijna duizend jaar aan ervaring en bewijs bevestigt dat hij het bij het juiste einde had. Wij weten dat hij gelijk heeft, maar achten wij onszelf in staat om het tij te keren? Hebben wij voldoende inzicht in het financiële systeem? Wat is ons concept van geld? Is het een middel of een doel?
Al-Ghazali begreep wat geld met ons en met de maatschappij doet. Daarom is het hoopgevend om te zien dat moslims er nog steeds om bekend staan veel geld te doneren aan goede doelen en dat er steeds meer initiatieven bij komen om halal te investeren of zakaat af te dragen, waarbij geen sprake is van rente.
Dat Allah ons moge beschermen tegen hebzucht en gierigheid, tegen corruptie en misleiding,
tegen schuldenslavernij en tegen overdreven veel geld uitgeven.
bron: islamicity.org/, hoofdafb. pixabay.com
Zonder donaties kunnen we niet blijven bestaan. Steun je ons met een maandelijkse donatie? Als tien mensen ons steunen met 5 euro per maand, kunnen wij onze schrijvers een kleine financiële vergoeding geven. Meer of minder mag ook. Dat Allah je moge belonen!


















